Door Brigitta Keij & Liquan Liu
De meeste kinderen beginnen hun eerste woordjes te zeggen rond hun eerste verjaardag en dit is vaak een heel speciaal moment voor ouders. Wat de meeste ouders echter niet weten, is dat voordat kinderen deze mijlpaal bereiken ze eerst moeten weten wat de klanken van hun moedertaal/talen zijn en wat een woord is: hoe doen ze dit?
Dit is wat we proberen uit te vinden in het Babylab van het Utrecht institute of Linguistics (UiL OTS). Dit doen we door experimenten uit te voeren. Experimenten in een lab… dit klinkt waarschijnlijk een beetje eng, maar niets is minder waar: het Babylab Utrecht is juist een hele leuke plek voor baby’s! Tijdens de meeste experimenten waaraan baby’s deelnemen, kijkt de baby naar vrolijk gekleurde plaatjes of filmpjes op een scherm en luistert tegelijkertijd naar spraak of soms zelfs naar muziek.
Omdat we baby’s al onderzoeken op jonge leeftijd (vanaf 4 maanden oud), kunnen we natuurlijk niet hun spraakproductie (wat ze zeggen) onderzoeken, maar wel hun spraakperceptie (wat ze horen)! Aangezien we ze ook niet kunnen vragen wat ze horen, blijft de vraag: hoe doen we dit? Wat we meten in onze experimenten is aandacht. We meten dit door te kijken naar de hoofd- en oogbewegingen van de baby’s, omdat de ogen veel zeggen over wat de hersenen op dat moment aan het verwerken zijn.
Wanneer we kijken naar hoofdbewegingen gebruiken we een methode genaamd de ‘head turn preference procedure’ (foto 1). Met deze methode kunnen we bijvoorbeeld onderzoeken of baby’s een voorkeur hebben voor het luisteren naar de moedertaal/talen vergeleken met een onbekende taal. We doen dit door twee verschillende soorten spraak te presenteren aan verschillende kanten en kijken voor welke kant de baby’s meer aandacht hebben door het bewegen van hun hoofd. Wanneer we kijken naar oogbewegingen gebruiken we een methode genaamd de ‘visual fixation procedure’. Met deze methode kunnen we onderzoeken of baby’s het verschil kunnen horen tussen twee verschillende spraakklanken, tonen of zelfs muzikale melodieën! We doen dit door heel lang dezelfde spraakklank te presenteren aan de baby’s, totdat ze verveeld raken. Dit laten ze zien doordat ze niet meer naar het scherm kijken, maar om zich gaan kijken, op zoek naar iets dat interessanter is. Op dat moment veranderen we de spraakklank, en als ze het verschil horen tussen de twee spraakklanken, zullen ze hun aandacht weer naar het scherm verplaatsen. Sinds kort gebruiken we ook een ‘eye tracker’ (foto 2) om de oogbewegingen van baby’s te onderzoeken. Dit is een apparaat waarmee we precies kunnen volgen waar de ogen van de baby zich op het scherm bevinden, in plaats van alleen te kijken naar of de baby naar het scherm kijkt of niet. Verder hebben we onlangs ook een ‘flexlab’ geopend waar we de interactie tussen baby’s en ouders kunnen onderzoeken en ook de spraak die ouder aan het kind richt kunnen opnemen, zodat we precies weten wat baby’s de hele dag door horen!
Wat babyonderzoekers tot nu toe hebben ontdekt is dat baby’s worden geboren met zogenaamde ‘universele’ spraakperceptie: pasgeboren baby’s horen het verschil tussen bijna alle spraakklanken van bijna alle talen in de wereld! Hoewel ze ook al wel wat weten over hun moedertaal/talen, vooral over de melodie en het ritme van de taal/talen om hen heen, dit zijn namelijk dingen die ze al hebben kunnen horen toen ze nog in de buik zaten. In het eerste levensjaar begint de spraakperceptie van baby’s steeds specifieker voor de moedertaal/talen te worden. Dit betekent dat ze op een bepaald moment niet meer het verschil kunnen horen tussen spraakklanken die niet voorkomen in hun moedertaal/talen, maar alleen nog aandacht besteden aan klanken die wel relevant zijn voor hun moedertaal/talen. Dit lijkt misschien een groot verlies, maar is in feite hoe ze uiteindelijk hun moedertaal/talen leren spreken. Dit proces noemen we ‘perceptual reorganization’. Tussen 6 en 8 maanden reorganiseren eentalige baby’s eerst hun klinkers, dan tussen 8 en 10 maanden hun medeklinkers, en tonen (zoals die in toontalen, zoals Chinees, worden gebruikt om woorden een andere betekenis te geven) worden tussen 6 en 9 maanden gereorganiseerd. Al deze verschillende aspecten van taal worden onderzocht in het Babylab Utrecht. Het meeste onderzoek dat tot nu toe gedaan is, gaat over eentalige baby’s, maar we zijn ook zeer geïnteresseerd in hoe baby’s die meer dan één taal leren zich ontwikkelen. We weten dat meertalige baby’s ook door het proces van ‘perceptual reorganization’ gaan, maar er nog geen uitsluitsel over of ze dezelfde of juist een andere ontwikkeling in de tijd volgen vergeleken met eentalige baby’s.
Op het moment voeren we experimenten uit met eentalige Nederlands-lerende baby’s, meertalige baby’s die geboren zijn en opgroeien in Nederland en baby’s waarvan één of beide ouders dyslexie hebben. Dit betekent dat we altijd op zoek zijn naar baby’s die graag willen meedoen (en hun ouders natuurlijk ook!). Voor meer informatie en om mee te doen, kunt u de website van het Babylab Utrecht bezoeken: www.let.uu.nl/babylab.
English
Nederlands 
